Hoe mijn gevoel hielp een militaire escalatie te voorkomen’

Kees Matthijssen is luitenant-generaal buiten dienst van de Koninklijke Landmacht. In Zachte krachten in een harde wereld lees je in een aantal quotes en anekdotes over hoe hij in een rationele militaire omgeving toch zijn gevoel volgt. En hij deelde ook dit verhaal, over hoe hij voor een net iets andere aanpak koos dan de opdracht die hij kreeg van hogerhand.

‘Als VN Force Commander in Mali was ik voorzitter van het Technisch Comité (Comité Technique de Sécurité) dat was belast met het toezicht op de militaire aspecten van het vredesakkoord dat in 2015 was gesloten tussen de Malinese regering en de voormalig strijdende partijen.

In oktober 2022 kreeg ik de opdracht een claim van de Malinese regering te onderzoeken. Volgens hen had de CMA (Coordination des Mouvements de l’Azawad, die de Toeareg-bevolking in het noorden van Mali vertegenwoordigde en partij was in het vredesakkoord) een onrechtmatige troepenbeweging uitgevoerd. Een grote colonne bewapende voertuigen was vanuit Kidal naar Menaka gestuurd, een stad van zo’n 25.000 inwoners in oost-Mali, die op dat moment nagenoeg omsingeld was door Islamitische Staat. Dat baarde de lokale autoriteiten en andere actoren ter plaatse veel zorgen.

Het vredesakkoord verplichtte partijen de VN-missie MINUSMA vooraf te informeren over troepenbewegingen. Al snel werd mij duidelijk dat de CMA dat had gedaan.

Toch vroeg de Malinese regering enkele dagen later ontstemd aan de SRSG waarom MINUSMA toestemming had gegeven voor deze troepenverplaatsing. Ik werd gevraagd de kwestie in het Technisch Comité te agenderen.

Ik stemde toe, maar mijn gevoel zei me dat dit niet de beste aanpak was. Waarom had de regering vier dagen gewacht? Zat er een politieke agenda achter? Een formele discussie in het comité zou de situatie eerder kunnen escaleren dan oplossen. Ik wilde de relatie met beide partijen niet op het spel zetten.

Dus koos ik een andere route. In plaats van de kwestie direct te agenderen, nodigde ik de CMA eerst uit voor een bilateraal gesprek. Wat ik hoorde bevestigde mijn gevoel: er was geen enkele intentie tot escalatie. De CMA maakte zich grote zorgen over de veiligheidssituatie rond Menaka en de positie van de Toeareg-ontheemden. Ze wilden voor hun mensen zorgen, simpelweg omdat ze er niet op vertrouwden dat de Malinese regering dat zou doen. Het bevestigde mijn eerdere onderbuikgevoel dat de CMA niet uit was op een militaire escalatie. De troepenverplaatsing, concludeerde ik, was een politiek signaal. Geen tactische actie.

Na het gesprek met CMA en bilaterale gesprekken met de andere partijen besloot ik met de drie partijen gezamenlijk in kleine kring verder te spreken, buiten de formele CTS. Ik noemde het ‘consultative meetings’ en bewust geen CTS om ook voor de partijen het karakter van de gesprekken informeel te houden. Het verschil in sfeer was direct merkbaar. Mensen spraken opener en vrijer. Na meerdere gesprekken kwamen we tot constructieve afspraken, en de betrokken partijen waardeerden deze aanpak. Ik was blij dat ik mede mijn gevoel had gevolgd in de aanpak.’

In zijn boek Commandant in vier missies deelt Kees Matthijssen zijn persoonlijke en militaire ervaringen.